gepubliceerd op 21:01:2011
Criminaliteitscijfers: een kwestie van schattingen
Nina Verhaaren

“Politie geeft fout beeld misdaadcijfers”, kopte het AD 11 januari. Door het onbetrouwbare computersysteem van de politie zouden de criminaliteitscijfers niet kloppen. De PVV Den Haag wilde helderheid over de cijfers en stelde daartoe direct vragen aan het college. Voor adequate beleidsvorming zijn harde, betrouwbare criminaliteitscijfers immers essentieel. Maar bestaan die eigenlijk wel?

Hoogleraar Criminologie Joanne van der Leun windt er geen doekjes om. “Iets als ‘de criminaliteit’ zul je nooit boven tafel halen, het gaat altijd om schattingen.” Er zijn talloze factoren die de statistieken beïnvloeden en ervoor zorgen dat een onbepaald aantal misdrijven niet aan het licht komt.

Haken en ogen
Criminaliteitscijfers zijn voornamelijk afkomstig van politiestatistieken, maar omdat niet overal aangifte van wordt gedaan en de politie lang niet alles op het spoor komt, worden de statistieken vaak aangevuld met slachtofferenquêtes waarin een steekproef van de Nederlandse bevolking aangeeft of zij het afgelopen jaar slachtoffer is geweest van bepaalde delicten. Beide databronnen kennen echter de nodige haken en ogen, die het niet bepaald gemakkelijk maken iets te kunnen zeggen over de ware omvang van de criminaliteit in Nederland.

Zo is één van de belangrijkste problemen bij de politiestatistieken dat deze een rechtstreekse afspiegeling vormen van het gevoerde beleid. “Als een bepaalde kwestie sterke nadruk krijgt in politieke discussies en daardoor prioriteit wordt voor politie, ga je dat terugzien in de cijfers”, legt Van der Leun uit. “Neem bijvoorbeeld de golf van aandacht voor geweld tegen hulpverleners. De politie is daar nu extra alert op met de bedoeling het tegen te gaan, maar de cijfers stijgen alleen maar.” Het is een paradox: hoe beter de politie haar werk doet, hoe hoger de criminaliteitscijfers.

Op diezelfde manier kunnen misdrijven die géén prioriteit vormen onderbelicht blijven. Bovendien maakt de politie niet van iedere aangifte een proces-verbaal op en kunnen er registratiefouten optreden. Ook de verwerkingscapaciteit en efficiëntie van de politie zijn van invloed. Zo werd in de jaren negentig een zeer grote criminaliteitsstijging waargenomen, maar die bleek later op zijn minst deels veroorzaakt te zijn door de automatisering van de politieregistratie.

In slachtofferenquêtes rapporteren mensen dingen die ze niet bij de politie melden, maar ook deze vorm van criminaliteitsregistratie kent zijn beperkingen. Slachtofferloze delicten blijven buiten beeld en de steekproeven zijn slechts beperkt representatief doordat een onwillekeurig deel van de bevolking moeilijk te bereiken is of niet mee wil doen. Bovendien is het menselijk geheugen feilbaar: mensen herinneren zich vaak niet of niet goed wat er precies gebeurd is, wat ertoe kan leiden dat bepaalde voorvallen ten onrechte wel, niet of onder de verkeerde noemer worden geregistreerd.

Verspilde moeite?
Je zou bijna de boel de boel laten. Toch zijn criminaliteitscijfers niet helemaal verspilde moeite, meent hoogleraar Veiligheid en Recht Erwin Muller. “Er is altijd wel een dark number, maar je moet nu eenmaal ergens van uit gaan, anders kun je nooit beleid maken.” Wel benadrukt hij dat het nuttig zou zijn als politici, media en anderen uit zouden gaan van één type cijfers, afkomstig van een erkend instituut. “Iedere organisatie verzamelt zijn eigen cijfers en daar wordt dan van alle kanten op gereageerd. Dat maakt het debat over criminaliteit en veiligheid een stuk moeilijker.”

Ook Van der Leun merkt op dat de grote verscheidenheid aan beschikbare criminaliteitscijfers verwarrend werkt. Ze is van mening dat veel te vaak en te gemakkelijk wordt geroepen dat de criminaliteit zich zus dan wel zo ontwikkelt. “Je ziet dat er voortdurend berichten worden gemaakt op basis van kortetermijnopnames waarbij het grotere geheel nauwelijks in ogenschouw wordt genomen.”

Voorzichtigheid aanbevolen
Voor de betrouwbaarheid van uitspraken zou het volgens Van der Leun veel beter zijn verschillende cijfers met elkaar te combineren en naar langetermijneffecten te kijken. “Die nuance ontbreekt vaak. Zo werd bij de kabinetsformatie geclaimd dat de criminaliteit ‘hand over hand’ toenam, maar dat klopt simpelweg niet op basis van de meest betrouwbare data die je hebt. Ik wil niet bagatelliseren, maar er wordt veel te gemakkelijk geclaimd dat de criminaliteit stijgt.”

Volgens Hendrien Kaal, medewerker van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), is het voor politici en media vaak niet haalbaar om altijd alle mitsen en maren van criminaliteitscijfers te onderzoeken alvorens daar uitspraken over te doen. “Enige voorzichtigheid met berichtgeving over trends in criminaliteit is daarom des te meer aanbevelenswaardig.”

Als criminoloog vindt Van der Leun het frustrerend dat het publiek via media en politici eigenlijk maar een habbekrats van de werkelijke criminaliteitsontwikkelingen meekrijgt. “Dat heeft reële consequenties. Zoals het Thomas-theorema zegt: als mensen denken dat iets waar is, gaan ze zich daarnaar gedragen. Genuanceerde berichtgeving over criminaliteitscijfers is van maatschappelijk belang.”

Roeien met de riemen die je hebt
De jaarlijkse publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving van het WODC en het CBS zou een goed uitgangspunt bieden voor berichtgeving en beleidsvorming, vindt Van der Leun. Die cijfers zijn het best opgeschoond en bieden het meest betrouwbare beeld dat je kunt geven. Ook Muller meent dat deze publicaties een heel redelijke indruk bieden van de criminaliteit in Nederland. Die cijfers kennen evenzogoed een dark number en zekere vertekeningen, maar om een beeld te krijgen van de criminaliteit moet je roeien met de beste riemen die je hebt.

Tags: , , , ,

Geef een reactie