Een sportjournalist bezoekt een evenement en verslaat dat, een politiek journalist hoeft maar te zwaaien met zijn microfoon en heeft beet, maar hoe komen misdaadjournalisten eigenlijk in contact met hun bronnen? Hoe gaan ze om met de zware jongens en hoe onafhankelijk zijn ze? Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink aan het woord in deel twee van een serie over misdaadjournalistiek.
In 2005 sprak John van den Heuvel, misdaadjournalist van de Telegraaf, op een begrafenis. Niet van een vriend, maar van topcrimineel John Mieremet. Of was Mieremet een vriend van Van den Heuvel? Van den Heuvel zei daar als journalist te zijn geweest, op verzoek van de familie, omdat hij de laatste was die Mieremet had gesproken. En stelde dat zijn relatie met Mieremet puur zakelijk was.
Enkele maanden geleden zei diezelfde Van den Heuvel in een portret in Revu over misdaadjournalisten en hun vriendschappen dat hij soms wel naar een verjaardag gaat, “maar alleen om een handje te schudden.” Maar ook: “Je moet iedereen onder controle houden. Als je ze even de rug toekeert eten ze je op.”
Er zijn meer misdaadjournalisten die verdacht worden van iets te nauwe banden met het criminele circuit. Ook Peter R. de Vries sprak op een begrafenis, van crimineel Cor van Hout. In Trouw zei hoogleraar strafrecht in Nijmegen Ybo Buruma, dat er vanuit het criminele circuit soms “bewust onjuiste informatie wordt verspreid, en dat journalisten daarbij gebruikt worden.” Hij waarschuwde dat het uitkijken blijft dat je als journalist “niet wordt gemanipuleerd.”
Hoe beïnvloeden deze bronnen de onafhankelijke journalistiek? Of kan misdaadjournalistiek per definitie niet onafhankelijk zijn? Hendrik Jan Korterink is auteur van vele misdaadboeken en blogt dagelijks over criminaliteit en misdaad.
Hoe komt u in contact met bronnen?
“Sommigen melden zich via internet. Gisteren verscheen er een anonieme reactie op Crimesite over Vincent T. die verdacht wordt van een moord in Bristol. Terwijl iedereen zegt dat de verdachte een aardige jongen is die geen vlieg kwaad doet, is deze anonieme bron zeer afwijkend en zegt dat T. de moordenaar is. Zo’n reactie zou ik niet hebben geplaatst zonder te weten wie de bron is. Het is anoniem en er wordt een beschuldiging gedaan. Je hoeft als journalist geen naam en toenaam te vermelden, maar je moet wel weten wie het is.”
“Als ikzelf nieuws heb, weet ik altijd wie de bron is. Soms is het een kennis van iemand die je eerder hebt gesproken. (Korterink publiceerde een bericht over Yuri van Gelder die doorgereden zou zijn na een aanrijding. Zijn bron was iemand die hij jarenlang kent als betrouwbaar tipgever, SB.) Het is een circuitje van mensen die elkaar kennen, kleine netwerkjes.”
In Revu zei u dat het soms wel eens beter is om goede contacten te houden in plaats van iets te melden. U laat dus wel eens iets achterwege wat een bron vertelt?
“Ik laat bijna alles achterwege. Je hoort namelijk veel dingen die niet geschikt zijn om te publiceren. Je krijgt zoveel informatie waar je geen verhaal van kunt maken. 95% is wat geleuter over criminele dingen. Vaak kun je er niet direct iets mee.”
Maar laat u wel eens iets achterwege omdat een bron dat wil?
“Als ik publiceer weten mijn bronnen wat ik ga schrijven. Ik leg het ze voor zodat ik zeker weet dat het klopt: soms alleen quotes of belangrijke passages, maar vaker het hele verhaal. Mensen vertellen dingen en dan overleg ik wat ik wel en niet kan gebruiken. Het is een kwestie van vertrouwen. Ze vertellen me ook meer, omdát ze weten dat ik er geen misbruik van maak.”
“Als ik informatie ergens anders vandaan haal, leg ik ze dat voor om te checken. In principe hebben ze geen recht op aanpassingen, maar dat hangt erg van de situatie af. Een enkele keer is het mij meer waard een aanpassing te doen en het contact goed te houden dan op mijn strepen te gaan staan.”
“Wat ik in stukken aanpas doe ik niet alleen bij criminelen, maar bij iedereen. Voor mijn boek over Maria Mosterd sprak ik iemand die volledig uit de school klapte, maar erg schrok bij het teruglezen. Dan pas ik dat aan. Ik ben al blij dat ze met me praten. Ik zie mijzelf ook echt als boodschapper. Ik vind niet dat ik mensen onnodig in problemen moet brengen. Dat politieke journalisten tien uur lang iemand doorzagen en hem dan pakken op één woordje dat hij verkeerd zegt, vind ik waardeloze journalistiek.”
Bent u wel eens door een crimineel gevraagd om een bepaald beeld dat in de media is neergezet te veranderen?
“Advocaten proberen dat vooral. Maar ook voor criminelen geldt dat er belangen zijn. Als ze geen belang hebben, spelen ze niet mee. Je moet je natuurlijk niet voor een karretje laten spannen, want je wilt wel onafhankelijk blijven.”
Bent u wel eens benaderd om samen met een crimineel een artikel of boek te schrijven?
“Ze denken vaak dat je rijk kunt worden met een boek, maar dat is een misvatting. Ik word wel eens benaderd een boek te redigeren of te fatsoeneren, maar dat doe ik niet. Ik wil wel onafhankelijk blijven. Je moet achter hetgeen staan wat er gezegd wordt.”
“Maar ik schrijf voortdurend samen. Pas werd ik benaderd – ik kan beter geen namen noemen – door iemand die veel in het nieuws is geweest. Het was een grote zaak, veel publiciteit, omdat hij nare dingen had uitgespookt met vrouwen. Daar heb ik een gesprek mee gehad. Op zich was het interessant. Ik wil zijn verhaal wel opschrijven, maar ook de verhalen van slachtoffers, en ik wil dossiers natrekken zodat ik het verhaal kan checken – maar ik heb niets meer van hem gehoord.”
Dit is deel 2 in een serie over misdaadjournalistiek:
Deel 1: Nederlandse en Angelsaksische misdaadjournalistiek
Deel 2: Misdaadjournalisten en hun bronnen
Deel 3: Levensvatbaarheid van misdaadjournalistiek online
Tags: misdaadjournalistiek