gepubliceerd op 04:02:2011
“Er moet meer aan de hand zijn dan zuiver moord”
Marieke Voorn

Het lijkt een ondergeschoven genre in de boekenkast: het historische misdaadverhaal. Maar reconstructies van moordzaken, soms meer dan honderd jaar oud, zijn voor journaliste Marcella van der Weg juist interessant. “Het is mazzel als er over een moord veel controverse is geweest.”

Als thrillerrecensent van HP / De Tijd leest Marcella van der Weg (47) veel fictieve misdaadverhalen. Over de non-fictie zaken schrijft ze zelf, onder andere als freelancer voor het literaire misdaadtijdschrift Koud Bloed . Misdaad in de geschiedenis, voor Van der Weg heeft het ‘iets’.

Hoe beland je in de historische misdaadverhalen?
“Ik woonde als kind om de hoek van het Anne Frankhuis. De vraag hoe de ene mens de andere mens zo kan opjagen en vermoorden, heeft mij in mijn jonge jaren erg beziggehouden. Later heb ik Journalistiek gestudeerd en ik ben na mijn afstuderen historisch getinte verhalen gaan schrijven voor Ons Amsterdam en Het Parool. Om mijn historische kennis te verdiepen, ben ik daarnaast een deeltijdstudie Geschiedenis gaan volgen.”

Is je eigen kennis jouw enige inspiratie?
“Nee hoor, vaak begin ik bij een iets bekendere zaak, en in het archief kom ik dan vanzelf bij andere zaken. Hoe meer ik lees, hoe meer verhalen zich aandienen. Daar maak ik dan een lijstje van, en zo kan ik het daarna tamelijk lang volhouden.”

Wat zijn jouw criteria voor een goed verhaal?
“Er moet wel iets meer zijn dan alleen zuiver moord. Het is voor mij belangrijk dat zo’n moordzaak ook een tijdsbeeld schetst. Bijvoorbeeld de moord op advocaat mr. Wijsman in 1922. Hij was homoseksueel, maar daar werd in de kranten alleen naar gehint, niet over geschreven; dat zou te schokkend zijn voor het publiek. Totdat iemand opening van zaken gaf en deze ‘seksuele afwijking’ als heel verderfelijk en vunzig neerzette. Het geeft een beeld over hoe er toen over homoseksualiteit werd gedacht.”

Hoe kom je aan je bronnen?
“Dat hangt echt van het verhaal af. Over de ene zaak is meer informatie beschikbaar dan over de andere. Ik kijk altijd eerst of er nog een politiedossier van de zaak is en pluis de kranten na in de Koninklijke Bibliotheek. Het scheelt dan als een zaak iets minder oud is. Als de moord tot een rechtszaak leidt, komen ook veel details naar boven. Het is mazzel als er over de moord veel controverse is geweest, want dan is er in de kranten meer over geschreven.”

Hoe zit het met levende bronnen?
“De meeste zaken die ik reconstrueer zijn zo oud dat geen van de betrokkenen nog in leven is. Mocht je toch iemand vinden, dan is het waarheidsgehalte van zo’n getuigenis na al die tijd soms lastig te toetsen.”

Maar als je zo’n bron zou kunnen vinden?
“Dan zou ik wel contact met ze opnemen. In de moord op Blonde Dolly heb ik dat wel geprobeerd. Die moord is nooit opgelost. Blonde Dolly was feitelijk een doorsnee prostituee, maar in haar vrije tijd las ze voor aan deftige bejaarden en ging naar klassieke concerten. Er waren geruchten dat zij hooggeplaatste vrienden had. Via het politiearchief vond ik de naam van een privédetective die ooit eens een klusje voor Blonde Dolly had opgeknapt. Maar hij vond het niet leuk dat ik contact opnam, en wilde echt niet meewerken.”

En wat is het nieuwste verhaal waar je aan schrijft?
“Ik ben nu bezig met een verhaal over de moord op het dienstmeisje van een dominee uit Leeuwarden. In 1894 was de dominee verliefd op haar, maar zij wilde hem niet meer. Het interessante is dat het archief in Leeuwarden een dagboek heeft van de dominee. Dan kun je dus precies de gedachtegang van die man teruglezen. Dat vind ik echt leuk.”

Tags: , , , ,

Geef een reactie