gepubliceerd op 04:02:2011
24 uur vast: “Ga naar huis man!”
Josia Tanasale

In een van de detentiecentra van politieregio Hollands Midden zit ik 24 uur vrijwillig vast. Dit is de plek waar iedereen die gearresteerd is als eerste heen wordt gebracht. Ik had verwacht dat de kleine cel het meeste indruk op me zou maken. Maar het is de luchtplaats.

Als de lange, vriendelijke Somaliër verteld heeft hoe zijn arrestatie gisteren verliep, kijkt hij mijn kant op. Wat moet ik antwoorden nu mij gevraagd wordt waarvoor ik zit? Liegen en doen alsof ik in hetzelfde schuitje zit of de waarheid vertellen met het risico gewantrouwd te worden? Ik kies voor de waarheid. Hij begrijpt me niet helemaal: zijn conclusie is dat ik hier zit voor een stage.

Een derde persoon komt bij ons staan. Een Marokkaanse jongen van een jaar of twintig. Hij is vol verbazing dat hij nu alweer opgepakt is. Hij was pas sinds twee weken vrij, na bijna drie jaar vast te hebben gezeten. Het ergste is dat hij niet kan slapen. Hij blijft maar denken en denken.

Een shagje
Na zijn hart te hebben gelucht, gaat hij een shagje draaien. Een shagje? “Hoe krijg je dat binnen!?” De Somaliër is vol verbazing. “Gewoon. Bij het fouilleren moet je met je handen tegen de muur. Ik had het zakje net uit mijn broek gehaald en in mijn hand verstopt.” Hij gaat op het bankje onder de bewakingscamera zitten en draait een dikke joint. “Dit is dat zware spul. Je weet. Rook jij?”

Ik rook niet, dus de joint wordt doorgegeven aan de Somaliër. In het Arabisch spreekt hij de Marokkaan aan. Ik weet zeker dat het over mij gaat, maar doe net of ik niets door heb. “Wil je later soms bij de politie?” vraagt de jongen vanaf het bankje.

Logische vraag. Drugs mee naar binnen gesmokkeld en iemand die ‘stage’ loopt die het ziet. Ik weet niet meer precies wat ik heb geantwoord, maar na vijftien seconden gaat het alweer over hoe belachelijk het is dat één rechter-commissaris beslist of je twee weken langer in hechtenis moet blijven. En aan je pro deo advocaat heb je ook niks. Die verdient zijn geld toch wel.

Onterecht
Ik sta letterlijk en figuurlijk in de luchtruimte. Frisse lucht inademen na uren in een kleine cel te hebben doorgebracht is heerlijk. Maar het hart luchten lijkt de grootste behoefte.

Er wordt vooral door elkaar heen gepraat. Iedereen wil zijn eigen verhaal kwijt, zijn frustraties uiten en zijn onschuld bewijzen. Want niemand heeft het gedaan. Geen vrouw mishandeld, geen bommelding gedaan en geen diefstal gepleegd.

Iedereen is rustig, maar duidelijk zenuwachtig. De een heeft al twee dagen niks door zijn keel kunnen krijgen en de ander ziet twee jaar school in rook opgaan.

Weer een ander ziet de muren op zich afkomen in dat kleine hokje en is opgelucht even buiten te staan. Hij werkte hard voor zijn geld, spaarde veel en leefde van het geld waar hij voor beunde. Totdat hij erachter kwam dat zijn vrouw alles had opgemaakt. En, erger nog, op zijn naam schulden had gemaakt: 65 duizend euro. Nu heeft ze zomaar aangifte tegen hem gedaan, terwijl hij nog nooit eerder met de politie te maken heeft gehad. Eén keer aangehouden voor rijden onder invloed. Ik zie de tranen in zijn ogen. “Je zit maar te malen en te malen.”

Drie bij vier
Terug in mijn cel ervaar ik de kleine ruimte anders dan toen de deur voor het eerst achter me dichtsloeg. Toen voelde ik een soort opwinding: 24 uur in deze cel, spannend! Al gauw wist ik dat ik die tijd zonder moeite zou uitzitten. Het bed viel wel mee. Het kussen wat hard, maar alles schoon. Een toilet en een kraantje. En een tafel en een stoel, vast aan de grond. Menig hostel waarin ik heb geslapen doet hier ruim voor onder. Ik had een boek van thuis meegenomen dat al jaren in de kast stond. Dat kon ik eindelijk eens lezen. Niks aan de hand.

Het voelt wel een beetje vreemd dat om de twee uur een bewaarder kijkt hoe het met je gaat. Dat je niet even naar de koelkast kan lopen en in de zelfde ruimte naar het toilet moet als waar je eet en slaapt. Dat je voor het slapen gaan via de intercom moet vragen of het licht uit mag.

Maar nu denk ik aan de situatie van mijn medegevangenen. Die zitten vol twijfel. Heb ik mijn baan nog? Hoelang moet je zitten voor zoiets? Weten mijn ouders het al? Met zulke gedachten in je hoofd is een celletje van drie bij vier meter inderdaad klein en is er nauwelijks afleiding.

Fysiek begeef ik mij in precies dezelfde ruimte als de anderen, maar ik zit niet opgesloten in mijn hoofd. Ik lees mijn boekje en bedenk wat ik nog allemaal te winnen heb. Zij zitten alleen maar te denken aan wat ze te verliezen hebben. Ik voel me een indringer die geniet van zijn kopje koffie.

Televisie
De negatieve gevoelens van de gedetineerden beïnvloeden al hun interpretaties. Op de luchtplaats is weinig ruimte voor optimisme. Ik vond het eten best smaken. Het bed is zeker niet als thuis, maar prima voor een logeerpartij.

Over de bewaarders wordt niet geklaagd. Maar mijn medegevangen vinden de magnetronmaaltijd niet te eten en het bed te hard en te krap om de nacht op door te brengen. Ook is het veel te heet in de cel. Omdat ze niks omhanden hebben, blijven ze maar peinzen en peinzen.

“Je kan nog beter in de bajes zitten”, zei een oudere man de volgende ochtend. “Daar heb je tenminste televisie.”

Er is één iemand die zijn straf komt uitzitten. Morgen wordt hij overgeplaatst. Hij mocht een half uurtje televisie kijken. Maar wat had hij nou aan alleen Nederland 1, 2 en 3? “Wat moet ik kijken dan? Het nieuws of zo?” De rest is het met hem eens.

Drie miljoen
Ik schrik me rot wanneer ’s ochtends de tl-verlichting aanschiet. Door het raampje in mijn cel kan ik zien dat het schemert. Het zal een uurtje of acht zijn. Ik mag douchen en krijg daarna brood en koffie. Na een uurtje mag ik luchten.

Er zitten twee blonde mannen die ik gisteren niet heb gezien. Ook de Somalische jongen is er. Dit keer doet hij niet zo vriendelijk. Hij is boos, omdat hij ten onrechte vastzit. “Ik zeg tegen ze: laat me naar school gaan en bel me op als jullie me nodig hebben. Dan kom ik er zo aan. Ik heb niks te verbergen. Waarom houden ze me dan hier?”

Als één van de onbekende mannen vraagt waarvoor ik zit, geeft de Somaliër antwoord. “Stage. Hij zit hier vrijwillig. Maar dit is geen pretje, hoor. En al helemaal niet nu de zon schijnt. Zelfs voor drie miljoen ga ik hier nog geen jaar zitten. Ga lekker naar huis man!” zegt hij tegen mij.

Naar huis
Dat doe ik ook. De 24 uren zitten erop. Ik word binnengeroepen om mijn spullen te pakken. Niemand zegt gedag.

Ik pak mijn boek uit de cel, krijg mijn bezittingen terug en word door de buitendeur gelaten. Tijdens de minuut dat ik het terrein afloop voel ik hoe het is om na detentie weer zelf te bepalen wat je doet. Bevrijdend.

Voor de jongens en mannen die ik achterlaat zal dat gevoel langer duren dan een minuut. Tot die tijd zitten ze gevangen. Fysiek, maar vooral in gedachten.

5 reacties op “24 uur vast: “Ga naar huis man!””

  1. Jolanda Brouwer says:

    Een boeiende belevenis op een inlevende, prettig leesbare manier geschreven. Wat mij betreft volgende keer een weekje gevangenis…

  2. Judith says:

    Mooi omschreven Jo, stof tot nadenken…

  3. Laura says:

    Mooi verhaal Josia!

  4. Heleen says:

    Mooi verhaal, heb een beetje kippenvel gekregen. De manier waarop jij het ‘in hechtenis zitten” beschrijft maakt dat ik er anders tegenaan kijk, het laat me niet meer koud….

  5. Anton says:

    Hey Josia,

    waarom ga je geen boeken schrijven … volgens mij heb je daar wel talent voor. Leuk om het verhaal voor de 2e keer te lezen ;)

Geef een reactie