gepubliceerd op 01:02:2011
Bijnaam crimineel ‘fijn’ voor journalistiek verhaal
Joyce van Elburg

Ben je een groot crimineel, dan heb je er één. Maak je jezelf verdacht en haal je de media, dan krijg je er vanzelf wel één. Bijnamen, zowel criminelen als journalisten houden ervan. In de misdaadverslaggeving kom je ze dan ook regelmatig tegen, maar deze journalistieke traditie heeft gevaarlijke nadelen.

Spic & Span, het klinkt misschien als de naam van een vrolijk clownsduo maar dat was het verre van. Het was de bijnaam van Sam Klepper en John Mieremet, twee van neerlands beruchtste criminelen. Het koppel handelde jarenlang in drugs en wapens, perste vermoedelijk onder andere Willem Holleeder af, en zaaide volgens de Volkskrant ‘dood en verderf’ onder medecriminelen. Dat alles deden ze op zo’n efficiënte manier dat ze in de onderwereld bekend stonden als Spic & Span – een duo dat je waarschijnlijk toch liever niet op een feestje tegenkwam.

Opvallend genoeg zijn Klepper en Mieremet niet de enige criminelen met een bijnaam. Het lijkt dat het geven van bijnamen goed gebruik is in de onderwereld, en niet alleen in Nederland. Denk aan ‘de Neus’ en ‘de Hakkelaar,’ maar bijvoorbeeld ook aan de Amerikaan ‘Benny Squint’ en de Brit ‘Jack the Hat.’ Deze schat aan ‘criminele’ bijnamen is een goudmijn voor journalisten. Ze gebruiken de bijnamen graag in hun artikelen en zijn de eersten om er één te verzinnen als een verdachte er nog geen heeft. Mooi voor het journalistieke verhaal natuurlijk, maar het gebruik van dit soort bijnamen heeft ook een keerzijde.

Sociaal gedrag

Flipperkast

Volgens naamkundige Gerrit Bloothooft, als onderzoeker onder andere verbonden aan het Meertens Instituut, geven mensen elkaar al eeuwenlang bijnamen. “Het is een manier om een bijzondere eigenschap uniek uit te drukken. Daarbij neemt de omgeving vaak het voortouw. Wellicht is het soms ook sociaal wenselijk om een bijnaam te hebben, om bij een groep te horen.”

Net zoals je dat in andere hechte groepen ziet, lijken criminelen een bijnaam te krijgen wanneer ze er in de onderwereld toe doen. En die bijnaam heeft dan vaak niet eens iets met misdaad te maken. Cor van Hout, bijvoorbeeld, mocht dan wel een meesterovervaller en ontvoerder zijn, hij was ook berucht om zijn prestaties achter de flipperkast – een eigenschap die hem de bijnaam ‘Flipper’ opleverde.

Journalisten
Wanneer een crimineel vervolgens de aandacht van de media trekt, wordt door journalisten vaak ook meteen zijn bijnaam geïntroduceerd. Is de bijnaam op een gegeven moment ingeburgerd, dan voelen journalisten zich vrij deze zonder verdere uitleg in hun stukken te gebruiken.

Misdaadroman

Die journalistieke gewoonte is te begrijpen, vindt Peter Burger – als docent verbonden aan de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media van de Universiteit Leiden en thuis op het gebied van framing en broodjeaapverhalen in de journalistiek. “Ik denk dat de aantrekkingskracht van die bijnamen en de aantrekkingskracht van namen van speciale zaken zoals de ‘parachutemoord’ is dat je ze makkelijk onthoudt. En ze trekken de aandacht, dat is allemaal fijn voor journalisten. Dat hebben ze wel graag.”

Daarbij is het volgens Burger mooi voor het journalistieke verhaal: “De bijnaam van grote criminelen, bijvoorbeeld de grote drugscriminelen, draagt bij aan de romantisering van die mensen en hun daden, het maakt er meer een verhaal van, het is meer iets uit een film of een roman.” Maar daarin schuilt ook al gelijk een gevaar: “Als je van zo iemand een individu maakt, kun je het belang van die persoon overdrijven,” waarschuwt Burger.

Monsters en Rippers
De bijnamen die journalisten zelf verzinnen voor een verdachte zijn niet zo gericht op het individu. Recent nog maakte de pers van Robert M. ‘het Monster van Riga’ – een variant op de vele ‘monsters’ die al door media in binnen- en buitenland zijn gecreëerd. Ook ‘beesten,’ ‘slachters’ en ‘rippers’ zijn populair.

Muurtekening van Jack the Ripper

Hoewel het niet erg creatief lijkt, kan Burger ook dit verschijnsel verklaren: “Het is traditie, er zijn er meer van, nieuwe gevallen kun je er dan bij aansluiten. Ik denk dat vooral de Telegraaf ermee duidelijk wil maken dat zo iemand heel anders is dan wij. Het griezelige is namelijk dat ze er vaak heel normaal uitzien.”

Wel heeft ook het gebruik van dit soort bijnamen volgens hem een belangrijk nadeel: “Het vervelende van deze bijnamen is dat ze veel details verdoezelen. Een mooi voorbeeld is Lucia de B. Zij werd de ‘Engel des Doods’ genoemd. Dat is ook een bijnaam die vaker is gebruikt. Er zit een tegenstelling in – vrouwen zouden zo niet moeten zijn. Als je al begint met zo’n bijnaam dan is de kans kleiner dat zo iemand gerehabiliteerd wordt als uitkomt dat de zaak anders in elkaar zit.”

Oppassen
Bijnamen mogen dan wel ‘fijn’ zijn voor journalisten, ze zijn dus niet altijd prettig voor de mensen die ze opgeplakt krijgen. Zelfs een groot gangster als Benjamin ‘Bugsy’ Siegel was zo ontevreden over zijn bijnaam dat vrienden hem niet in zijn bijzijn zo durfden te noemen. Media hadden daar toentertijd geen boodschap aan. Maar misschien is het toch slim in het vervolg op te passen wanneer je als journalist op het punt staat een nieuw ‘monster’ te creëren.

Zie ook: Elsevier en Het Nieuwsblad

Tags: , , ,

Geef een reactie