gepubliceerd op 03:02:2011
“Een andere manier dan de criminaliteit”
Harmke Berghuis

Na detentie keert een ex-gevangene nogal eens terug naar zijn bekende criminele wereld. Onopvallend gevestigd aan de rand van het centrum van Leiden probeert het Exodushuis dat te voorkomen. Een kijkje achter de schermen.

De bel gaat en een blonde, lichtelijk beduusde jongen met een goedgevulde sporttas op wieltjes komt binnen. “Kon je het vinden?” wordt hem gevraagd en hij knikt. Alleen het station waar hij op was gestapt, dat was lastig vindbaar. Net een jongen die voor het eerst alleen op vakantie is en nu niet precies weet waar hij is beland en wat daar de gebruiken zijn.

Het zit wel even anders. De jongen is vanmorgen vrijgelaten uit een gevangenis, een paar uur reizen vanaf Leiden. Hij volgt nog een penitentiair programma, wat wil zeggen dat hij niet volledig in vrijheid is gesteld, maar in het Exodushuis de laatste fase van zijn gevangenschap uit zal zitten.

Recidive voorkomen
Het Exodushuis in Leiden is slechts één van de verschillende Exodushuizen waar hij terecht had kunnen komen. Dit initiatief is in 1981 gestart in Den Haag als dagopvang voor ex-gedetineerden die nergens anders terecht konden.

Dit lokale initiatief is uitgegroeid tot 13 huizen waar ex-gedetineerden tijdelijk kunnen wonen, en daarnaast nog verschillende doorstroomhuizen waar minder begeleiding is. De zorg blijkt nodig, want van alle mensen die jaarlijks uit een Nederlandse gevangenis worden vrijgelaten, gaat ruim de helft binnen twee jaar opnieuw de fout in.

Toch lijkt het grote, oude huis aan de Plantage in Leiden op het eerste gezicht meer op een studentenhuis. Het huis bevat een ruime keuken met veel pitjes op het fornuis, nog wat schone afwas in het afdruiprek. Een woonkamer met daarin een gitaar, een tv en versleten, rode en zwarte leren banken.

Een slot op de brievenbus
Het zijn de kleine dingen die onthullen dat dit geen standaard huis is: een slot op de brievenbus, sloten op de koelkasten, kluisjes voor alle bewoners. En een schema waarop de bewoners en begeleiders verplicht aangeven wanneer ze afwezig zijn uit het pand.

Bij de voordeur hangt een bord. ‘Verbum Dei’ staat erop, een verwijzing naar de verhuurder van het pand, maar ook naar de Christelijke oorsprong van de stichting. Toch wordt er in dit huis niet gepraktiseerd. Sandra, de medewerkster die de rondleiding geeft, vertelt: “Het enige waar je het aan merkt zijn de stiltemomenten voor en na het eten en de bijbel op de kamer. Ook andere geloven zijn hier welkom.”

Ook het begrip ‘zingeving’, een van de sleutelwoorden van het Exodushuis, verwijst nog naar de Christelijke oorsprong. Daarnaast staan andere zaken centraal: huisvesting, werk, financiën en relaties, allemaal erg bepalend bij het voorkomen van recidive. De stichting biedt de bewoners hiervoor een programma dat bestaat uit werken, sporten en gesprekken met de begeleiding en andere instellingen over het verloop van het leven in vrijheid.

Regels naast de vrijheid
Die vrijheid is relatief, want er zijn nog verschillende regels waar de bewoners zich aan moeten houden. Zo mogen ze geen alcohol of drugs gebruiken. Regelmatig vinden er urinecontroles plaats in de wc op de begane grond. Opvallend zijn de spiegels die rondom de wc-pot hangen. De begeleider kijkt vanuit de deuropening in de spiegels mee of er niet gesjoemeld wordt.

De rondleiding gaat verder op de tweede verdieping. Daar bevindt zich onder andere de kamer van de slaapwacht. De bewoners hebben weliswaar een sleutel van hun eigen kamer, maar ook hieraan zijn regels verbonden. Zo moeten de bewoners iedere avond om elf uur binnen zijn. Om half twaalf moeten ze naar hun kamer.

Informeel contact
Er is ook een dagprogramma waar de bewoners aan moeten deelnemen; werk neemt daar een belangrijke plaats in. Aan een grote kapstok hangen gele, fluorescerende pakken die de bewoners dragen bij allerlei klusjes voor de gemeente. “Lang niet iedereen vindt dat leuk,” vertelt Sandra, “Maar ze zien vaak niet waar het werkelijk om gaat: structuur krijgen, leren omgaan met gezag en werken in een groep.”

Na het werk mogen de bewoners zelf bepalen hoe ze hun tijd indelen. Wel houden de begeleiders hierbij een oogje in het zeil. Zoals Sandra dat zelf beschrijft: “Wij lopen overal tussendoor.”

Een voorbeeld daarvan doet zich voor op de trap waar Sandra de enige vrouwelijke bewoonster van het huis tegenkomt. “Heb je je gordijnen nou nog niet gekregen?”, vraagt de medewerkster haar. Maar de gordijnen hangen inmiddels keurig voor het raam. “En je identiteitsbewijs?”, vraagt Sandra. Nee, dat nog niet. Het was zoveel lopen vandaag. “Twee uur, en ik had hakken aan.” Ze wijst naar haar zwarte laarzen. Sandra lacht begripvol. Maandag dan maar.

Eigen leven
Zo informeel kan het contact met de 13 bewoners soms zijn. De meesten van hen bevinden zich hier dan ook langere tijd, gemiddeld tussen de zes tot negen maanden, al hoort het programma officieel tien maanden te duren. Sandra: “Het is individueel bepaald. En het kan gebeuren dat iemands programma eerder wordt afgebroken omdat hij opnieuw de fout in gaat.”

Maar het gaat ook vaak goed. Een voorbeeld daarvan is Suliemen, die al sinds mei 2010 in het Exodushuis verblijft. Binnenkort krijgt hij een woning toegewezen en hij is erg gemotiveerd om weer op eigen benen te staan. “Ik heb hier gezien dat je ook op andere manieren dan met criminaliteit iets kan bereiken.” Maar nu heeft hij genoeg geleerd en volgens de begeleiders kan hij verder kan met zijn leven. Suliemen: “Het is tijd om weg te gaan.”

Lees meer over Suliemens detentieperiode en zijn verblijf in het Exodushuis in het interview.

Om privacyredenen zijn de namen van de betrokkenen gefingeerd.

Tags: , , ,

Comments are closed.