Het vmbo kampt al lange tijd met een negatief imago. Onderzoek toont een verband aan tussen slecht gedrag op school en misdadig gedrag op latere leeftijd. Jacqueline de Groot, afdelingsassistent op het Minkema College in Woerden laat zien wat hun school doet aan veiligheid en preventie van crimineel gedrag.
Jacqueline de Groot is afdelingsassistent op de vmbo-afdeling van het Minkema College in Woerden. Dit houdt in dat ze bijhoudt welke leerlingen absent of ziek zijn, en wie er ongeoorloofd te laat is. “We letten heel goed op”, vertelt ze. “Als een leerling afwezig is zonder een ziekmelding bel ik binnen een half uur de ouders op om te vragen waar hun kind is.” Ook surveilleert ze bij de pauzes en houdt ze overzicht over de gestrafte leerlingen.
Jacqueline is het niet eens met het beeld dat de media schetsen over vmbo-scholen. “Ja, tuurlijk gebeurt er wel eens wat. Meestal is het niet erg, maar soms wel.” Tijdens oud en nieuw waren er wat vuurwerkproblemen, waarbij enkele leerlingen een prullenbak opbliezen. “Ook was er veel geklier met de spiegels op de wc’s. Die zijn uiteindelijk weggehaald.”
‘Er lopen hier echt niet alleen criminelen rond’
Ook adjunct Hans Visser vindt dat het wel meevalt. “Het beeld in de media over het vmbo is overdreven. Het is hier echt geen broeinest van toekomstige misdadigers.” Dit is ook de reden dat de fysieke beschermingsmaatregelen binnen de school minimaal zijn. Het afgelopen jaar heeft de school misschien twee echte vechtpartijen gehad. Wel heeft de school veel last van diefstal. “Dat is een grote zorg voor ons. Al die kinderen lopen rond met hun dure telefoons, en als ze die dan ergens laten liggen… ja, helaas verdwijnt dat dan snel.” Visser geeft aan dat dit soort dingen bijna nooit teruggevonden worden. “Dat is heel jammer en vervelend, maar ik vind niet dat we nog meer maatregelen moeten of kunnen nemen. Want wat blijft er dan over en waar stop je? Wapenpoortjes of nog meer camera’s, dat wil ik die kinderen niet aandoen. Het draait toch om vertrouwen. En ik ben niet bereid om het merendeel te straffen voor slechte gedrag van enkele leerlingen. We zijn een school, geen gevangenis.”
‘Vechten is een spelletje’
Jacqueline begeeft zich rond tien uur naar de pauzeruimte voor de onderbouw. Het valt op dat vooral de jongens elkaar veel duwen, slaan en schoppen. “Ja, ze vinden het leuk”, zucht Jacqueline. “Het is een spelletje voor hen, beetje douwen, slaan en stoeien. Als ik het zie, stop ik het, want het gaat altijd te ver.” Nog geen vijf seconden later wordt een roodharige jongen zo hard geduwd dat hij languit gaat. Eerst raakt hij een stoel, dan de grond. Het gaat zo hard dat een van zijn schoenen uit vliegt. Meteen staat Jacqueline erbij. “Gaat het?”, vraagt ze, om vervolgens meteen te vragen, “En wat deed jij bij hem?” Streng kijkend loopt ze naar de andere jongen, die haar schuldig aankijkt en iets mompelt over dat hij het alleen maar terugdeed. Dan is de zaak afgedaan. De sfeer op de begane grond is verder prima, de kinderen lachen, praten, stoeien. Ook de jongens die elkaar net nog aan het duwen waren. Het hoort er gewoon bij.
‘Het draait om een mentaliteitsverandering’
“De leerlingen op het vmbo zijn nou eenmaal wat lichamelijker dan die op de havo of het atheneum”, verklaart adjunct Hans Visser het constante geduw en gestoei. “Ze hebben een andere aanpak nodig. We zijn heel streng met bepaalde dingen, maar we denken niet alleen in sancties. We zijn ook pedagogen”, benadrukt hij. “Ik geloof niet in alleen hersenloos straffen; het reflectieproces van zo’n leerling is ook van groot belang, anders weet hij niet waarom hij zijn gedrag zou moeten veranderen.”
“Het gaat vooral om mentaliteit,” vertelt Visser. “Soms krijgen leerlingen van huis uit mee dat slaan mag, probeer het dan nog maar eens te veranderen. Toch proberen we dat wel. Vooral door te praten, met bijvoorbeeld mentoren, maar ook door maatschappijleer.”
Tags: preventie, school, veiligheid, vmbo

