gepubliceerd op 03:02:2011
“Het lijkt wel opsporing verzocht”
Marlou Dahmen

Nog slechts één maand te gaan en dan is de tentoonstelling Pers en Politie in het Stadsarchief Amsterdam ten einde. Tijd om de balans op te maken. Ludger Smit, hoofd van de sectie presentatie stadsarchief, blikt nog een laatste maal terug op de roerige samenwerking tussen pers en politie.

“Ik ben uw gids, geloof ik.” In grote getale zijn de leden van buurtvereniging de Vergulde Eenhoorn uit Watergraafsmeer op komen dagen. Allemaal voor een rondleiding onder begeleiding van Ludger Smit.

Die-hards, zo noemt Smit ze. Mensen die echt alle musea aflopen. En dat is precies de doelgroep waar deze tentoonstelling het van moet hebben. Het grote publiek laat het merkwaardig genoeg afweten. “Te boekig”, aldus Smit. “Het is en blijft een tentoonstelling van het stadsarchief. Mensen moeten denk ik te veel lezen. We hadden meer de nadruk kunnen leggen op fotografie en beeld, maar de vraag is of dat past bij een stadsarchief.”

Ontstaan
“Het idee voor deze tentoonstelling kwam eigenlijk van het persmuseum. Zij wilde heel graag een keer in samenwerking met ons een tentoonstelling maken. Het stadsarchief herbergt namelijk een prachtig en groot politiearchief van maar liefst 800 meter. De belangrijkste politie verhalen belanden nu eenmaal ook vaak in de pers. En zo kwamen we uiteindelijk bij ons thema: Hoe gaat de politie met de pers om, en andersom. Hoe gebruiken ze elkaar? Wanneer werken ze elkaar tegen en wat levert samenwerking op?”

“In deze tentoonstelling worden de negen meest beruchte politiezaken van de 19e en 20e eeuw verder uitgelicht. Bij de keuze van de zaken hebben we uiteindelijk geprobeerd zoveel mogelijk verschillende verhalen te laten zien. Rellen, verdwijning, moord en zedenzaken”, aldus Smit.

Magere Josje
Voor de oudere bezoekers liggen veel van de zaken nog vers in het geheugen. Zo ook de moord op Magere Josje, een prostituee die in 1957 om het leven kwam. Hoewel op prostitutie lange tijd een taboe rustte, vormde deze rechtszaak een mooie aanleiding voor de pers om details over deze onbekende wereld naar buiten te brengen. Vanuit de bevolking kwam hier destijds hevige kritiek op, ook de gedetailleerde beschrijving van de moord vonden zij te ver gaan.

Smit stelt dat hij met dit laatste probleem ook te maken kreeg toen hij de vitrine van ‘Magere Josje’ ging inrichten. “Wat moesten we wel aan de bezoekers laten zien, en wat niet?” Uiteindelijk werd er alleen een technische tekening van het plaats delict opgenomen, maar bijvoorbeeld geen foto’s van het slachtoffer. Na overleg met de politie werd er ook besloten geen verhoren te plaatsen waarin namen waren opgenomen van collega’s van het slachtoffer. “Het is nu eenmaal niet prettig als je leest dat je grootmoeder in ‘donker Amsterdam’ werkzaam was, terwijl jij hier niets van weet”, aldus Smit.

Lugubere vondsten
In de vitrine ziet het er weliswaar redelijk beschaafd uit, toch zijn er wel wat lugubere voorwerpen die deze tentoonstelling sieren. “Een van de meest ranzige voorwerpen is toch wel het potje met tien vingers, afkomstig van het slachtoffer van een roofmoord. C.J. van Ledden-Hulsebosch, grondlegger van het Nederlands Forensisch onderzoek, liet de vingers door een veldwachter afsnijden om ze voor verder onderzoek te gebruiken. De twee stagiaires die mee hielpen aan deze tentoonstelling, hadden wel grote moeite met het vasthouden van dit potje. Ze waren bang dat hij kapot zou vallen”, aldus Smit.

Japanse koffermoord
Ook de kleding van de romp die in 1965 werd aangetroffen in een koffer in het van Lennepkanaal, veroorzaakt enig rumoer onder de bezoekers. “In een envelop troffen we de kleding, het hemd, de onderbroek en het truitje van het slachtoffer aan. Op zich een redelijk luguber voorwerp, maar ik heb het zo geëtaleerd dat het wel meevalt.”

“De merkjes in deze kleding zijn uiteindelijk naar de pers gestuurd. Het lukte de politie niet om het slachtoffer te identificeren en dankzij de pers kwam ze erachter dat de kleding afkomstig was uit Japan. De dader is nooit gevonden. Een mogelijke doorbraak in de zaak werd abrupt verstoord toen de hoofdverdachte op een ‘Lady Di manier’ om het leven kwam. Onder een viaduct botste hij in zijn auto met volle vaart tegen een paal en verongelukte. De Japanse koffermoord is tot op heden een onopgelost zaak.”

Bronnen
De groep besteedt grote aandacht aan het bronnenmateriaal dat in de vitrines te zien is. “Het lijkt wel opsporing verzocht hè, met al die onopgeloste moordzaken”, zegt een vrouw tegen een andere bezoeker.

Het materiaal uit het politie archief is vooral interessant omdat het veel andere bronnen laat zien, denk aan foto’s van het plaats delict. Zo zijn er interieur foto’s van Amsterdamse kamers die je nergens anders meer kan terugvinden. “Een prachtige kijk in de inrichting van een Jordanese keuken. Je moet alleen wel even langs het lijk heenkijken”, aldus Smit.

Smit spreekt de groep nog een laatste maal toe en haast zich dan naar zijn volgende rondleiding. De ouderen werpen nog een laatste maal een blik op de pot met vingers. “Zouden het er echt tien zijn?”, vraagt iemand zich hardop af.

De tentoonstelling Pers&Politie in Amsterdam is nog t/m 27 februari 2001 te zien in het Stadsarchief Amsterdam.

Tags: , ,

Geef een reactie