Diefstal met geweld in vereniging
Advocaat:
G.F.H. Velthuizen
Officier van Justitie:
F.H.A. Schlingemann
Rechter:
J. Snitker (voorzitter)
R.E.A. Toeter
S. Jongeling
Uitspraak:
6 april 2011
“Het is niet anders, meneer Winters.” Cees Winters zit hier nu voor de tweede keer. In december werd zijn zaak al behandeld, toen werd deze geschorst. Gefrustreerd zegt Cees dat hem beloofd was dat alle rapportages voor vandaag bij de rechtbank zouden zijn. Helaas is dit niet gelukt, en dus zal de zaak ook vandaag niet inhoudelijk behandeld worden. Cees legt zich er maar bij neer en neemt een wat nonchalantere houding aan.
Cees zit vast op verdenking van betrokkenheid bij een overval. Die aanklacht is ook niet anders geworden, maar zijn advocaat verzoekt de rechters vandaag te beoordelen of er sprake is van voldoende verdenking en verzoekt om schorsing tot de volgende zitting, die plaats zal vinden in april. De advocaat geeft aan dat de verdenking uit een aantal onderdelen bestaat. Voordat hij van wal steekt, onderbreekt de rechter hem al: “U gaat toch niet alles herhalen?” Cees’ advocaat antwoordt van niet, maar hij vindt wel dat er veel gaten in de bewijslast zitten.
Zo zijn er door twee getuigen belastende verklaringen afgelegd, terwijl deze beide steeds niet uit eigen wetenschap kunnen verklaren of Cees betrokken was bij de overval. Daarnaast is er nog een derde getuige gehoord, en van alle drie de getuigen vraagt de advocaat van Cees zich af of het wel terecht is dat zij als getuigen verhoord zijn, en nooit als verdachten zijn gezien in deze zaak: “Dat is eigenaardig, dat is vreemd.”
Bierflesje
Dan zijn er ook nog onduidelijkheden rondom een bierflesje dat gevonden is in een prullenbak, en waarop het DNA van Cees is teruggevonden. Volgens Cees’ advocaat heeft het OM op beeld gezien dat er gepind is door twee personen, en niet dat één van de twee iets in de prullenbak heeft gegooid, maar daar gaat men wel vanuit. Volgens Cees kan het ook wel kloppen dat het bierflesje daar gevonden is: hij komt daar regelmatig, en het kan ook zijn dat hij dat bierflesje daar in de prullenbak heeft gegooid.
Met het bierflesje is ook nog iets anders aan de hand: het slachtoffer zou er ook mee bedreigd zijn. Nu neemt het OM aan dat een van de daders het flesje heeft opgedronken, heeft gepind, en het flesje vervolgens in de prullenbak heeft gegooid. Maar als we de verklaring van het slachtoffer lezen, blijkt dat het flesje nooit de kamer uit is geweest, en dat de dop er nog op zat, aldus de advocaat van Cees.
Rumoer
Aan de kant van de rechtszaal waar de familie van het slachtoffer zich bevindt ontstaat wat rumoer, en één van hen probeert plotseling het pleidooi van de advocaat te onderbreken: hij is het duidelijk niet eens met de uiteenzetting van de advocaat over het bierflesje. Een van de aanwezige politieagenten draait zich meteen om en maant de man met een kort ‘sst!’ tot stilte. De rechtszaak wordt vervolgd alsof er niets is gebeurd.
De advocaat vervolgt zijn verhaal en noemt nog enkele zwakke punten in de bewijslast. Daarna besluit hij: “Mijn cliënt zit vast op basis van vermeende betrokkenheid, vanaf 23 juni 2010. We zijn nu acht maanden verder, dan denk ik toch dat u een voorlopig oordeel moet geven. U kunt uw ogen niet sluiten voor het feit dat er gewoon geen bewijs in het dossier zit.” De advocaat verzoekt daarom om schorsing tot zitting.
Dan krijgt de officier van justitie het woord. Ze belooft het kort te houden, maar is duidelijk teleurgesteld in het pleidooi van Cees’ advocaat: “Wat ik jammer vind, is dat er vrij geciteerd wordt uit stukken die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Dat gezegd hebbend: ik vind dat er voldoende ernstige bezwaren zijn, en dat die ook dermate ernstig zijn dat het belang voor de maatschappij groter is dan het belang van de heer Winters.” Cees’ advocaat merkt droog op dat hij en de officier van justitie dit toch verschillend zien.
Voorbeeldig
Cees krijgt tot slot zelf ook nog de mogelijkheid om zelf op het voorgaande te reageren. Hij verzoekt de rechters om hem toch alsjeblieft te schorsen: “Ik heb hier met mijn psychiater over gepraat, en hij zei ook dat hij vond dat dit plaatje niet bij mij past. Ik heb ook een familie, een gezin, een kindje. Mijn vrouw heeft mij nodig. Ik ben drie keer op verlof geweest, en heb me voorbeeldig gedragen. Drie keer ben ik ruim op tijd terug geweest. Ik wil aan alle voorwaarden meedoen: ik wil me drie keer per dag melden, of huisarrest, maar ik vrees voor mijn familie. Ik vind het erg voor het slachtoffer, maar waarom nog meer slachtoffers? Het kan toch niet anders dan dat u ook twijfel heeft? Ik zou u alstublieft willen vragen om in ieder geval te schorsen.”
De rechtbank onderbreekt de zitting voor beraad. Na een korte onderbreking blijkt dat de rechter niet echt onder de indruk is van het pleidooi van Cees. Hij houdt het kort en zegt meteen na de onderbreking dat er volgens de rechters geen reden is om zijn voorlopige hechtenis op te heffen. Vrouw en kind moeten het dus op zijn minst nog tot de inhoudelijke zitting in april zonder hem zien te stellen.
De naam van de verdachte is omwille van privacyredenen gefingeerd.
Tags: diefstal, geweld, overval