ter zitting
gepubliceerd op 04:02:2011
Kind van de rekening
Vera van der Hoek
Aanklacht:
Verduistering en valsheid in geschrifte
Officier van Justitie:
Mr. Bos
Rechter:
Mr. Sassenburg
Uitspraak:
2 maanden voorwaardelijke celstraf en 2 jaar contact met reclassering

“Deze zaak stond eigenlijk in november al gepland, maar toen stond u in Den Haag?” Tamara K. (36) loopt de rechtszaal nog maar net binnen of ze moet zich al verweren. “Ik had de brief niet goed gelezen.” De rechter kan het niet waarderen dat ze deze zaak over verduistering en valsheid in geschrifte voor een tweede keer heeft moeten voorbereiden. Voor de verdachte is het eveneens niet de eerste zitting.

“U heeft uw kind meegenomen? U bent al eerder voor de rechter geweest en weet dan toch wel dat dit niet kan? U moet zich wel kunnen concentreren, het gaat hier om een serieuze zaak.” Op een strenge manier keurt de rechter het af dat Tamara K. met haar 1-jarige kind op schoot in het verdachtenbankje wil gaan zitten. “U heeft de kinderwagen bij zich zag ik, legt u uw kind daar even in en zet de wagen maar achterin.” Met het hoofd naar beneden gebogen schoffelt de verdachte met haar zoontje naar achteren en laat ze hem brabbelend met een speeltje achter. De zaak kan beginnen.

Wanhopige daad
De officier van justitie legt de feiten voor aan de rechter. In 2008 was de verdachte als uitzendkracht werkzaam bij een schoonmaakbedrijf. In die tijd woonde de vrouw in Den Haag in een huis dat zij huurde van mensen die op dat adres stonden ingeschreven bij de woningbouw. Zij bleken een huurschuld van bijna 7500 euro te hebben achtergelaten en waren ‘zomaar verdwenen’. Uit angst haar huis uit te worden gezet, wist de vrouw niet beter dan ervoor te zorgen dat de huurschuld zou worden betaald. Tijdens haar werk kwam ze een factuur met ongeveer hetzelfde bedrag tegen die het schoonmaakbedrijf nog aan een derde moest voldoen. De naam van de crediteur veranderde ze in de naam van het deurwaardersbedrijf. Ook het rekeningnummer werd door de verdachte vervalst. Via een brief bracht ze de deurwaarder ervan op de hoogte dat de huurschuld door het schoonmaakbedrijf zou worden betaald. Twee strafbare feiten staan daarom centraal: geldverduistering en valsheid in geschrifte.

Wanneer aan de verdachte wordt gevraagd waarom ze een rekening heeft betaald die niet voor haar bestemd was, antwoordt ze ontdaan: “Het is een wanhopige daad, ik zag het als enige oplossing.” De rechter lijkt niet onder de indruk en steekt een vragenvuur af op de verdachte. “U heeft al vaker met dit bijltje gehakt en bovendien gaat het hier om een aanzienlijk bedrag. Ik vraag me af of het verhaal wel klopt. Waarom zou u de huurachterstand betalen zonder dat de oorspronkelijke bewoners dat wisten? Bovendien loopt de huur gewoon verder. Hoe had u het erna dan gedaan? Weer antwoordt de verdachte kort: “Daar dacht ik niet aan.” De rechter schudt haar hoofd. “Nou, daar dacht ik wél aan. U had toch ook iets met de woningbouw kunnen regelen? Maar dit vond u makkelijker? Overigens had ik ook het idee dat u nog een straf uit moest zitten. Waarom deed u dit als u de volgende maand toch in een gevangenis zou doorbrengen?”

Huilmoment
Het zoontje voelt de spanning van zijn moeder in het verdachtenbankje en ruilt het onschuldig brabbelen in voor een huilmoment. Zijn speeltje is op de grond gevallen. De verdachte kijkt eens om, maar de rechter eist de aandacht op door snel met luide stem haar verhaal te vervolgen. “Dan nu even over uw persoonlijke omstandigheden. Al eerder bent u veroordeeld voor soortgelijke feiten, waarvoor u al zes maanden heeft gezeten en een werkstraf heeft uitgevoerd.” De verdachte doet niet anders dan voorzichtig knikken. Ze lijkt er het liefst niet aan terug te willen denken. “Hoe zou u het vinden als de officier van justitie zou zeggen dat u nu weer een straf moet uitzitten?” De verdachte kijkt even achterom en zegt dat ze haar kinderen zal missen.

De officier van justitie toont geen enkel berouw en eist een celstraf van drie maanden voorwaardelijk en twee jaar contact met de reclassering. Bovendien wil de officier dat de verdachte het gehele verduisterde bedrag aan het schoonmaakbedrijf terugbetaalt. Ze besluit haar verhaal met een sneer naar de verdachte: “Mevrouw moet niet piekeren opnieuw geld te stelen van een werkgever. Als ze überhaupt ooit nog werk kan vinden, want een verklaring van goed gedrag is ver te zoeken.”

Hopeloze situatie
Het zoontje laat merken dat hij genoeg heeft van de zitting en begint te brullen. Het heeft effect op de rechter: “Ik zal proberen snel uitspraak te doen. Heeft hij misschien nog even een speentje?” De verdachte staat snel op en zorgt ervoor dat de rechter op een verstaanbare wijze haar zegje kan doen. “Al is uw situatie nog zo hopeloos, daar heeft het schoonmaakbedrijf niets mee te maken. Ze geven u een vertrouwenspositie en daar maakt u misbruik van. Dat vind ik zeer kwalijk. Ik geef u een celstraf van twee maanden voorwaardelijk en twee jaar contact met de reclassering. Omdat u al bij de schuldsanering loopt, geef ik nog ruimte om te kijken of het deurwaardersbedrijf meewerkt om het bedrag terug te vorderen. Verder hoop ik u nooit meer te zien.”

De vrouw staat op en snelt naar haar zoontje dat zijn speentje inmiddels weer is verloren. Ze probeert hem te sussen, maar tevergeefs. Hopelijk wordt hij geen kind van de rekening.

Tags: ,

Geef een reactie