Honden die helpen bij een opsporing, daar zullen veel mensen zich nog wel wat bij kunnen voorstellen. Maar katten? Toch kunnen katten hier in de toekomst mogelijk voor gebruikt worden. Zij het zonder dat ze het zelf doorhebben: door te verharen en zichzelf te wassen. Daarmee voorzien zij de kleding van hun baasje namelijk van specifiek DNA-materiaal, wat forensische onderzoekers goed van pas kan komen. Dit beweert een aantal onderzoekers in de jongste editie van het wetenschappelijke tijdschrift Forensic Science International: Genetics.
Het betreft een onderzoeksmogelijkheid die, zo beweren de onderzoekers, tot noch toe vrijwel geheel onbenut is gebleven. En dit is jammer, want juist omdat de huiskat (Felis catus) verhaart en zichzelf schoonlikt, is het een rijke bron van informatie. Want zo heeft een onderzoeker niet alleen de kattenhaar in handen, maar ook genetisch materiaal uit het speeksel van de kat. Waar katteneigenaren nooit zo blij zijn dat alles onder de haren zit, zijn forensiche rechercheurs dat in de toekomst mogelijk wel. Want omdat kattenharen op kleding blijven zitten, is de kans groot dat een criminele kattenbezitter ze ook achterlaat op een plaats delict.
Dat kattenhaar als bewijs kan dienen is op zich niets nieuws. Al in 1996 was in Canada een kattenhaar in een weggegooide jas doorslaggevend in een moordzaak. Toch werd het nooit een doorslaand succes. Forensische onderzoekers werken doorgaans met het DNA uit de kern van de cel, de nucleus. Behalve als er een deel van het haarzakje is meegekomen, bevat een haar dit type DNA echter niet. Omdat katten zichzelf schoonlikken, zit er vaak wel DNA-materiaal uit de celkern op hun haren. Dit verschaft relatief veel informatie over de kat waar het vandaan komt, maar is vrij moeilijk te vinden, en vergaat ook nog eens betrekkelijk snel.
Volgens de onderzoekers van het artikel kan er echter ook prima gewerkt worden met mitochondriaal DNA, het DNA uit de mitochondriën, wat een bepaald type organel is. Organellen zijn op hun beurt weer de onderdelen van de cel die als orgaan functioneren. Dit type DNA is, in tegenstelling tot het DNA uit de celkern, wel uit haar te halen.
Mitochondriaal DNA
Databases met voldoende informatie om op basis van mitochondriaal DNA iets over bepaalde eigenschappen van de kat te kunnen zeggen, bestaan nauwelijks. Die zijn echter wel onontbeerlijk als je dit type DNA wilt gebruiken in forensische onderzoeken. Een voordeel van mitochondriaal DNA ten opzichte van het DNA uit de celkern, is dat het heel stabiel is. Zo stabiel zelfs dat er zelfs soms uit haren van mummies, duizenden jaren later, nog DNA-informatie gehaald kan worden.
Verder worden er veel meer kopieën van gemaakt. Van het DNA van de celkern zijn maar twee kopieën aanwezig per cel, maar van het mitochondriaal, afhankelijk van de celsoort, honderden, tot enkele duizenden. Hierdoor is het makkelijker te vinden, en is het makkelijker om een DNA-profiel op te stellen.
In het huidige onderzoek is een eerste poging gedaan tot een database. Het mitochondriale DNA van 1394 katten werd doorgelicht. Hieronder bevonden zich 26 verschillende rassen, uit 25 geïsoleerde populaties van over de hele wereld. De onderzoekers slaagden er in om de huiskat in verschillende groepen in te delen aan de hand van het mitochondriale DNA.
Deze groepen worden gedefinieerd langs de zogenaamde mitotypen. Twaalf van deze mitotypen beslaan zo’n 83% van alle huiskatten. Nog eens 8% van hen heeft mitotypen die duidelijk afgeleid zijn van de groep van twaalf. Slechts 7,5% van de katten heeft oncategoriseerbaar mitochondriaal DNA. Dit maakt het relatief makkelijk om met DNA-profielen te werken.
Gebrek aan fondsen
Beth Wictum is de directeur van de forensics unit van de Veterinary Genetics Laboratory, onderdeel van de University of California in Davis (UC Davis), en is één van de onderzoekers die meeschreven aan het artikel. Volgens haar valt het gebrek aan databases eerder te verklaren door een gebrekkige financiering dan door een gebrek aan wetenschappelijke doorbraken. “In de forensische gemeenschap gaan de meeste onderzoeksgelden naar menselijk DNA”, meldt ze desgevraagd.
Volgens haar is het gebruik van kattenharen mogelijk ook zeer bruikbaar voor het oplossen van cold cases: “Ja, absoluut! We hebben het al gedaan met honden, met haren die stammen uit de late jaren zeventig, en de vroege jaren tachtig”. Dit is mogenlijk omdat mitochondriaal DNA, als gezegd, langer goed blijft, en veel vaker binnen één cel te vinden is. Als je een haar hebt, is de kans dus veel groter dat je met mitochondriaal DNA een profiel op kunt stellen.
Ze ziet kattenharen in de toekomst een veel grotere rol spelen in forensiche onderzoeken dan vandaag de dag het geval is. Hoewel er minder honden dan katten zijn in Amerika (75 tegen 85 miljoen), wordt er momenteel toch meer met hondenharen gewerkt. “Ik denk dat dat waarschijnlijk iets te maken heeft met het soort mensen dat bij misdaden betrokken raakt,” zegt ze, al benadrukt ze dat ze niet kan bewijzen dat dog persons crimineler zijn dan cat persons.
Tags: DNA, felis catus, forensisch, genetica, huiskat