Er zijn oude moordzaken die vele jaren na dato nog steeds interessant zijn. Journaliste Marcella van der Weg schrijft hierover historische misdaadverhalen voor het literaire misdaadtijdschrift Koud Bloed. In haar Top-3 beschrijft ze de meest fascinerende moordzaken.
1. Magere Josje en het inkijkje op de Wallen
33 Jaar is ze, als ze op 11 augustus 1957 wordt gewurgd in haar peeskamertje op de Amsterdamse Wallen. Johanna Oudes – werknaam Magere Josje – is in die periode niet de enige prostituee die in de Amsterdamse rosse buurt wordt vermoord, maar haar zaak klinkt door tot in de eenentwintigste eeuw.
De Wallen zijn doorgaans een gebied waar de bewoners hun eigen zaakjes opknappen. Maar de moorden zijn slecht voor de zaken en bovendien weten rechercheurs van bureau Warmoesstraat het vertrouwen van de buurt te winnen. De buurt praat – niet alleen op het bureau, maar ook later in de rechtszaal als Josjes echtgenoot (en pooier) Joop S. terecht staat voor de moord op zijn vrouw.
De Wallenbewoners laten Joop vallen als een baksteen en doen al doende een boekje open over de gang van zaken in ‘duister Amsterdam’. Voor het eerst krijgt het publiek een inkijkje in hoe het er in die ‘poel des verderfs’ echt aan toegaat. Joop S. wordt in hoger beroep vrijgesproken, maar de maatschappelijke verontwaardiging over het reilen en zeilen op de Wallen leidt tot de eerste grote schoonveegactie van de buurt.
2. Moordlustige Mie
Goeie Mie zorgt eind negentiende eeuw voor een waar horrorscenario in een Leidse volkswijk – al doet haar naam en zorgzame houding anders vermoeden. Ze springt bij bij ziekte, past op kinderen en helpt – tegen een kleine vergoeding – bij het afleggen van gestorven bekenden. En er sterven nogal wat mensen in de omgeving van Mie.
Wanneer het gezin van haar schoonzuster na helse pijnen overlijdt, is er voor het eerst een arts die het zaakje niet vertrouwt. Na onderzoek blijken vader, moeder en zoon vergiftigd door Mie. Uiteindelijk schat de Leidse politie dat de ‘Leidse gifmengster,’ ruim honderd mensen heeft geprobeerd te vergiftigen, waarvan vermoedelijk 27 met dodelijke afloop.
Mies moordlust wordt mede in de hand gewerkt doordat het in die dagen makkelijk is begrafenispolissen af te sluiten op mensen die daar zelf niet van op de hoogte zijn. Zolang de premies maar worden betaald, keert de verzekeringsmaatschappij bij overlijden uit. Mie strijkt er aardig wat geld mee op. Binnen de toen geldende sociale mores laten artsen zich bovendien weinig gelegen liggen aan hun ‘fondspatiënten.’ Ze leggen in de volkswijken nauwelijks huisbezoeken af. De rechtbankpresident sneert tijdens Mies proces dan ook dat sommige geneesheren “een merkwaardige zorgeloze opvatting van hun taak” hebben.
3. Moord met schop en riek
Op 24 december 1923 wordt Culemborg opgeschrikt door de gruwelijke roofmoord op de bejaarde broer en zus Van Wiggen. Gerrigje en Toon wonen op een afgelegen boerderij en zijn daar zodanig met een schop en riek bewerkt (“of er een slagveld had gewoed”) dat ze aan hun verwondingen overlijden. Als het daarbij was gebleven, had de pers haar belangstelling voor deze zaak snel verloren en was ze definitief in de vergetelheid geraakt. Maar in de weken voor de moord hangt er rond de boerderij al een sfeer van onrust en bemoeien de plaatselijke commissaris Blok en zijn oogappel rechercheur Haveman zich actief met de veiligheid rond de boerderij. Haveman is dan al ontslagen en staat in het stadje ongunstig bekend.
Mede opgehitst door een plaatselijke scribent van sociaal-democratische huize functioneert de moordzaak als katalysator voor gevoelens van misnoegen onder de Culemborgers jegens de (incompetente) politie en ook tegen sommige plaatsgenoten. Daarom prikkelt deze zaak krap honderd jaar later nog steeds de nieuwsgierigheid. De moordenaar is ondertussen nooit gepakt.
Tags: geschiedenis, magere josje, Marcella van der Weg, moord